Zodra de dagen korter worden, merk je het vaak eerst aan je ogen. Om vier uur ‘s middags is het buiten al schemerig, je beeldscherm wordt ineens het felste punt in de kamer en na een paar uur voelen je ogen droog, branderig of zwaar. Hoofdpijn en een dalende concentratie liggen dan op de loer.
Een groot deel van die klachten heeft te maken met verlichting. Niet met de hoeveelheid licht alleen, maar ook met de kleur, de richting en het contrast tussen je scherm en de omgeving. Met een goede bureaulamp en een paar slimme keuzes in de plaatsing maak je de winterse werkdag een stuk prettiger.
Waarom je ogen in de winter sneller moe worden
Je ogen passen zich voortdurend aan de lichtsterkte aan. Kijk je naar een helder scherm in een verder donkere kamer, dan moeten je pupillen telkens schakelen als je even opkijkt of naar een papier op je bureau kijkt. Dat kost moeite, en die moeite stapelt zich op over een werkdag.
Daarnaast knipper je minder vaak wanneer je geconcentreerd naar een scherm kijkt. In combinatie met droge lucht door de verwarming leidt dat snel tot geïrriteerde ogen. Goed licht lost niet alles op, maar het haalt wel een belangrijke oorzaak weg: het grote verschil tussen licht en donker in je gezichtsveld.
De juiste lichtkleur kiezen
Lichtkleur wordt uitgedrukt in Kelvin. Warm wit licht, rond de 2700 tot 3000 Kelvin, voelt gezellig en rustig aan, maar maakt je ook sneller loom. Neutraal wit, ongeveer 4000 Kelvin, is voor de meeste mensen een prettige keuze om te werken: helder genoeg om scherp te zien, zonder dat het kil aanvoelt. Koel daglichtwit van 5000 Kelvin of meer helpt sommige mensen om alert te blijven, vooral in de ochtend.
Een lamp waarbij je de lichtkleur en helderheid kunt instellen, is in de winter erg handig. Je kunt dan overdag kiezen voor koeler, fris licht en tegen de avond overschakelen naar een warmere tint, zodat je lichaam niet het signaal krijgt dat het nog middag is. Let ook op de kleurweergave, aangeduid als CRI of Ra. Een waarde van 90 of hoger zorgt ervoor dat kleuren en tekst natuurlijk ogen.
Waar let je op bij een bureaulamp?
Niet elke lamp die er mooi uitziet, is ook geschikt om aan te werken. Een goede bureaulamp is flexibel, geeft gelijkmatig licht en verblindt je niet. Wil je verschillende modellen en ervaringen vergelijken, dan vind je op kantoorartikelengetest.nl meer informatie over kantoorartikelen en inrichting van je werkplek. Handige aandachtspunten bij het kiezen:
- Een verstelbare arm en kop, zodat je het licht precies kunt richten
- Dimbare helderheid en bij voorkeur instelbare lichtkleur
- Flikkervrij licht, omdat flikkering vermoeiend is voor je ogen
- Een kap of diffuser die voorkomt dat je direct in de lichtbron kijkt
- Een voet of klem die past bij de ruimte op je bureau
Plaatsing maakt het verschil
Zet je lamp zo neer dat het licht niet in je scherm weerkaatst. Een veelgebruikte vuistregel is om de lamp aan de kant van je niet-schrijvende hand te plaatsen. Ben je rechtshandig, dan staat de lamp links, zodat je hand geen schaduw werpt op wat je schrijft of leest.
Richt het licht op je werkvlak en niet op je ogen of je beeldscherm. Ook je scherm zelf verdient aandacht: zet het bij voorkeur haaks op het raam, zodat je overdag geen fel daglicht achter of op het scherm hebt. Een zogenoemde monitorlamp, die boven op je scherm hangt en naar beneden schijnt, is een goede oplossing als je weinig ruimte hebt.
Zorg ook voor licht in de rest van de kamer
Een bureaulamp in een verder donkere kamer creëert alsnog een fel contrast. Zet daarom ook een plafondlamp of staande lamp aan, zodat de hele ruimte rustig verlicht is. Indirect licht dat tegen de muur of het plafond schijnt, werkt hierbij prettig omdat het zacht verspreid wordt.
Pas daarnaast de helderheid van je scherm aan op je omgeving. Is je scherm veel feller dan de ruimte eromheen, draai het dan iets terug. Gun je ogen bovendien regelmatig rust door elke twintig minuten even ver weg te kijken, bijvoorbeeld naar het raam of de andere kant van de kamer.